Ga naar hoofdinhoud
18PlusGids
Kennisbank

Jouw rechten: 100+ juridische standpunten

Een overzicht van concrete wettelijke rechten die voor jou relevant worden rond je 18e verjaardag, per rechtsgebied, met een verwijzing naar het wetsartikel. Dit is algemene informatie, geen juridisch advies voor jouw specifieke situatie — wetgeving en bedragen kunnen wijzigen. Twijfel je? Bel gratis Het Juridisch Loket: 0800-8020.

100 van de 100 punten getoond

Meerderjarigheid & Burgerlijk Recht

Met je 18e verjaardag verandert je juridische status ingrijpend: je wordt 'handelingsbekwaam' en volledig verantwoordelijk voor je eigen handelen.

Je bent vanaf 18 jaar meerderjarig

Minderjarig ben je zolang je de leeftijd van 18 jaar nog niet hebt bereikt. Op de dag van je 18e verjaardag word je automatisch meerderjarig.

Artikel 1:233 Burgerlijk Wetboek

Je wordt handelingsbekwaam

Als minderjarige kun je alleen rechtshandelingen verrichten (zoals een contract tekenen) met toestemming van je wettelijk vertegenwoordiger. Vanaf je 18e vervalt die eis: je mag zelfstandig contracten aangaan, een huurovereenkomst tekenen of iets kopen op afbetaling.

Artikel 1:234 Burgerlijk Wetboek (a contrario vanaf 18 jaar)

Het ouderlijk gezag eindigt automatisch

Ouderlijk gezag (of voogdij) eindigt van rechtswege op het moment dat een kind meerderjarig wordt. Je voogd of gezinsvoogd heeft vanaf dat moment geen formele wettelijke zeggenschap meer over jouw beslissingen.

Boek 1, Titel 14 Burgerlijk Wetboek

Je bent zelf partij bij overeenkomsten

Telefoonabonnementen, huurcontracten, arbeidsovereenkomsten: vanaf 18 jaar sluit je deze op eigen naam en ben je zelf aansprakelijk voor de nakoming ervan, inclusief eventuele schulden die daaruit ontstaan.

Boek 6 Burgerlijk Wetboek (verbintenissenrecht, algemeen)

Je kunt zelf in rechte optreden

Vanaf 18 jaar kun je zelfstandig een procedure starten of verweer voeren bij de rechter, zonder tussenkomst van een wettelijk vertegenwoordiger.

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, algemene bepalingen procesbevoegdheid

Testament en erfrecht

Vanaf je 18e kun je zelf een testament laten opmaken bij de notaris. Vóór die leeftijd kan dat alleen onder bepaalde voorwaarden.

Boek 4 Burgerlijk Wetboek (erfrecht)

Je bent aansprakelijk voor onrechtmatige daad

Veroorzaak je schade bij iemand anders (bijvoorbeeld door onvoorzichtigheid), dan kun je daarvoor als volwassene volledig aansprakelijk worden gesteld — vandaar het belang van een eigen aansprakelijkheidsverzekering (WA).

Artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (onrechtmatige daad)

Curatele, bewind en mentorschap blijven mogelijk

Kun je door een beperking niet goed voor jezelf of je financiën zorgen? Dan kan de kantonrechter (op verzoek) alsnog curatele, bewind of mentorschap instellen — ook na je 18e verjaardag. Dit is geen automatisme, maar een aparte procedure.

Boek 1, Titel 19–20 Burgerlijk Wetboek

Vanaf 18 mag je alcohol en tabak kopen

De minimumleeftijd voor het kopen en voor de verkoop van alcoholhoudende drank en tabaksproducten is 18 jaar — verkopers zijn verplicht je leeftijd te controleren.

Artikel 20 Alcoholwet; artikel 7 Tabaks- en rookwarenwet

Jeugdzorg & de Jeugdwet

De Jeugdwet regelt niet alleen hulp tot je 18e, maar kent ook expliciete regelingen voor de periode daarna.

Jeugdhulp kan doorlopen tot 23 jaar

De Jeugdwet rekent onder 'jeugdige' ook personen van 18 tot 23 jaar, als vóór hun 18e is bepaald dat jeugdhulp na hun 18e nodig blijft, of als binnen 6 maanden na beëindiging blijkt dat voortzetting alsnog nodig is.

Artikel 1.1 Jeugdwet (definitie 'jeugdige')

Pleegzorg loopt sinds 2023 standaard door tot 21 jaar

Sinds 1 januari 2023 geldt een 'ja, tenzij'-systeem: pleegzorg (met begeleiding en pleegvergoeding) loopt automatisch door tot je 21e, tenzij jij zelf aangeeft dat je eerder wilt stoppen. Een pleegouder of instelling kan dit niet eenzijdig vroegtijdig beëindigen.

Wijzigingswet Jeugdwet, Stb. 2022 (verlenging duur pleegzorg)

Verlengde pleegzorg tot 23 jaar is mogelijk

Tussen 21 en 23 jaar kun je, samen met je pleegzorgbegeleider, verlengde pleegzorg aanvragen bij je gemeente. Dit is vrijwillig en moet je ruim vóór je 21e verjaardag aanvragen.

Jeugdwet, in samenhang met artikel 1.1

Je hebt recht op een klachtenprocedure

Elke jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling moet een klachtenregeling hebben voor klachten over hoe jij, je ouders of pleegouders zijn behandeld.

Artikel 4.2.1 Jeugdwet

Je hebt recht op een onafhankelijke vertrouwenspersoon

Jeugdhulpaanbieders moeten je tijdig informeren over de mogelijkheid gebruik te maken van een onafhankelijke vertrouwenspersoon (Jeugdstem/AKJ), en jou in staat stellen deze zelfstandig en zonder tussenkomst van derden te bereiken.

Artikel 4.2.1 Jeugdwet

Je mening moet worden meegewogen

Bij besluiten over jouw jeugdhulp moet serieus rekening worden gehouden met jouw mening, passend bij jouw leeftijd en ontwikkeling — dit vloeit voort uit het VN-Kinderrechtenverdrag en wordt in de praktijk ook na je 18e nog toegepast bij de overgang naar zelfstandigheid.

Artikel 12 IVRK, doorwerkend in de Jeugdwet-praktijk

Gesloten jeugdhulp kan niet zomaar doorlopen na 18

Een machtiging gesloten jeugdhulp is aan strikte voorwaarden en een beperkte geldigheidsduur gebonden. Na je 18e kan gesloten jeugdhulp niet zonder nieuwe rechterlijke toetsing worden voortgezet.

Hoofdstuk 6 Jeugdwet (gesloten jeugdhulp)

Je hebt recht op een leefzorgplan / hulpverleningsplan

Jeugdhulpaanbieders zijn verplicht om samen met jou een plan op te stellen over de hulp die je krijgt, inclusief de overgang naar 18+ ('warme overdracht').

Artikel 4.1.3 Jeugdwet

De gemeente heeft een zorgplicht

Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor het treffen van voorzieningen op het gebied van jeugdhulp voor hun inwoners, inclusief de voorbereiding op zelfstandigheid.

Artikel 2.3 Jeugdwet

Je kunt bezwaar maken tegen een besluit over jeugdhulp

Een besluit van de gemeente over (het stopzetten van) jeugdhulp is een besluit in de zin van de Awb — je kunt hiertegen binnen 6 weken bezwaar aantekenen.

Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht

Kinderrechten (IVRK) — ook relevant na je 18e

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) geldt formeel tot 18 jaar, maar de onderliggende beginselen worden in Nederland ook toegepast bij de begeleiding van jongvolwassenen tot 23 jaar.

Het belang van het kind staat voorop

Bij alle maatregelen die een kind betreffen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging voor overheidsinstanties.

Artikel 3 IVRK

Recht om gehoord te worden

Je hebt het recht om je mening te uiten in alle zaken die jou aangaan, en die mening moet passend worden meegewogen — in gerechtelijke én bestuurlijke procedures.

Artikel 12 IVRK

Recht op bescherming tegen mishandeling

Kinderen (en dus ook 17-jarigen die nog onder deze bescherming vallen) hebben recht op bescherming tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, verwaarlozing of misbruik.

Artikel 19 IVRK

Recht op bijzondere bescherming bij uithuisplaatsing

Een kind dat tijdelijk of blijvend niet in het eigen gezin kan opgroeien, heeft recht op bijzondere bescherming en bijstand van de staat — de basis onder het Nederlandse pleegzorgsysteem.

Artikel 20 IVRK

Recht op onderwijs

Ieder kind heeft recht op onderwijs, en verdragsstaten moeten voortijdig schoolverlaten tegengaan — de basis onder het Nederlandse RMC-beleid voor 18- tot 23-jarigen zonder startkwalificatie.

Artikel 28 IVRK

Recht op de best mogelijke gezondheidszorg

Ieder kind heeft recht op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op toegang tot gezondheidszorgvoorzieningen.

Artikel 24 IVRK

Recht op een levensstandaard die past bij je ontwikkeling

Ieder kind heeft recht op een levensstandaard die toereikend is voor zijn lichamelijke, geestelijke, intellectuele, morele en maatschappelijke ontwikkeling — de basis onder voorzieningen als bijzondere bijstand voor jongeren die niet op ouders kunnen terugvallen.

Artikel 27 IVRK

Wonen & Adres

Een correcte inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) is de sleutel tot bijna al je andere rechten.

Je bent verplicht je adres correct door te geven

Iedereen die in Nederland woont, moet zich inschrijven op het adres waar hij feitelijk verblijft.

Artikel 2.38 Wet basisregistratie personen (Wet BRP)

Recht op een briefadres zonder vaste woonplaats

Heb je geen vaste woon- of verblijfplaats, dan kun je in plaats van een woonadres een briefadres opgeven — bijvoorbeeld het adres van een familielid, hulpverlener of instelling.

Artikel 2.23 Wet BRP

De gemeente moet je ambtshalve op een briefadres registreren

Kun je zelf geen briefadresgever vinden, dan is de gemeente sinds 1 januari 2022 verplicht je alsnog op een briefadres in te schrijven, bijvoorbeeld op het adres van het gemeentehuis.

Artikel 2.40 Wet BRP juncto Verzamelwet BRP 2022

Zonder inschrijving geen toeslagen of uitkering

Diverse wetten (zorgtoeslag, huurtoeslag, bijstand) koppelen het recht op een uitkering of toeslag aan een geldige BRP-inschrijving. Uitschrijven zonder nieuw adres kan leiden tot stopzetting.

O.a. artikel 11 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Recht op inzage in je eigen BRP-gegevens

Je hebt het recht om kosteloos in te zien welke gegevens over jou zijn geregistreerd in de BRP, en om onjuiste gegevens te laten corrigeren.

Artikel 2.55 en 2.56 Wet BRP

Bezwaar tegen een afwijzing van je briefadres

Wijst een gemeente je briefadresaanvraag af, dan is dat een besluit waartegen je binnen 6 weken bezwaar kunt maken.

Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht

Recht op inschrijfduur bij woningcorporaties

Woonruimteverdeelsystemen zoals WoningNet zijn regionaal geregeld; inschrijfduur bouw je meestal op vanaf de inschrijfdatum, ongeacht wanneer je een woning nodig hebt.

Regionale huisvestingsverordening (o.b.v. de Huisvestingswet 2014)

Voorrang voor kwetsbare groepen kan lokaal geregeld zijn

Gemeenten kunnen in hun huisvestingsverordening urgentiecategorieën aanwijzen, bijvoorbeeld voor jongeren die uitstromen uit jeugdzorg — vraag hier expliciet naar bij je gemeente.

Artikel 12 Huisvestingswet 2014

Geld, Bijstand & Inkomen

De Participatiewet regelt het vangnet voor wie geen ander inkomen heeft — met specifieke regels voor 18- tot 27-jarigen.

Recht op bijstand als vangnet

Nederlanders die niet over voldoende middelen beschikken om in het bestaan te voorzien, hebben recht op bijstand van de overheid.

Artikel 11 Participatiewet

Verplichte zoekperiode van 4 weken voor 18–27-jarigen

Vraag je als 18- tot 27-jarige bijstand aan, dan geldt eerst een zoektermijn van 4 weken waarin je moet aantonen dat je actief naar werk of scholing zoekt, vóórdat de uitkering ingaat.

Artikel 41 lid 4 en artikel 42 Participatiewet

Recht op een voorschot bij een trage aanvraag

Duurt de behandeling van je bijstandsaanvraag langer dan redelijk, dan heb je recht op een voorschot, tenzij je zelf niet meewerkt aan het onderzoek.

Artikel 52 Participatiewet

Recht op bijzondere bijstand bij noodzakelijke kosten

Voor noodzakelijke kosten door bijzondere omstandigheden — zoals eerste inrichting van een woning — die je niet uit je gewone inkomen kunt betalen, kun je bijzondere bijstand aanvragen.

Artikel 35 Participatiewet

Aanvullende bijstand voor jongmeerderjarigen (18–21 jaar)

18- tot 21-jarigen hebben een lagere jongerennorm omdat ouders geacht worden bij te dragen. Kunnen/willen je ouders dit niet, dan kun je aanvullende bijzondere bijstand aanvragen voor levensonderhoud.

Artikel 12 Participatiewet

De kostendelersnorm geldt pas vanaf 21 jaar

Woon je samen met anderen? De kostendelersnorm (waarbij je uitkering lager wordt als je de woonlasten deelt) is alleen van toepassing als jij of je medebewoners 21 jaar of ouder zijn. Voor 18- tot 20-jarigen tellen inwonende leeftijdsgenoten sinds 2023 niet meer mee.

Artikel 22a Participatiewet

Recht op individuele inkomenstoeslag

Zit je langdurig (meestal 3+ jaar) op bijstandsniveau zonder zicht op inkomensverbetering, dan kun je in aanmerking komen voor een jaarlijkse individuele inkomenstoeslag.

Artikel 36 Participatiewet

Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen

Bij een laag inkomen en weinig vermogen kun je kwijtschelding aanvragen voor gemeentelijke belastingen zoals afvalstoffenheffing.

Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, i.c.m. lokale verordeningen

Recht op bezwaar tegen een uitkeringsbeslissing

Ben je het niet eens met een beslissing over je uitkering (bijv. een korting of afwijzing), dan kun je binnen 6 weken bezwaar maken bij de gemeente.

Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht

Studiefinanciering sluit bijstand uit

Heb je recht op studiefinanciering, dan kun je in beginsel geen bijstand krijgen — de wet gaat ervan uit dat studiefinanciering voorliggend is.

Artikel 15 Participatiewet

Zorg & Zorgverzekering

Vanaf 18 jaar ben je zelf verantwoordelijk voor je zorgverzekering — met duidelijke termijnen en sancties als je dit niet regelt.

Verzekeringsplicht vanaf 18 jaar

Iedereen die in Nederland woont of hier loon- of inkomstenbelasting betaalt, is verplicht een basisverzekering af te sluiten. Als minderjarige viel je hier vaak automatisch onder via je ouders; vanaf 18 moet je dit zelf regelen.

Artikel 2 Zorgverzekeringswet

Je hebt 4 maanden de tijd

Je moet binnen 4 maanden nadat de verzekeringsplicht ontstaat (dus na je 18e verjaardag) een zorgverzekering hebben afgesloten.

Artikel 9c Zorgverzekeringswet

Boetes bij het niet nakomen van de verzekeringsplicht

Doe je dit niet op tijd, dan kan het Zorginstituut Nederland een boete opleggen ter hoogte van de gemiste premie, gevolgd door een tweede boete als je daarna nog steeds niet verzekerd bent — en uiteindelijk word je ambtshalve bij een verzekeraar aangemeld.

Artikel 9b en 9c Zorgverzekeringswet

Acceptatieplicht voor de basisverzekering

Een zorgverzekeraar mag je nooit weigeren voor de basisverzekering, ongeacht je leeftijd, gezondheid of voorgeschiedenis.

Artikel 3 Zorgverzekeringswet

Recht op zorgtoeslag bij een laag inkomen

Ben je verzekerd en is je (gezamenlijk) inkomen niet te hoog, dan heb je recht op een tegemoetkoming in je zorgpremie: de zorgtoeslag.

Artikel 2 Wet op de zorgtoeslag

Geen zorgtoeslag zonder zorgverzekering

Heb je geen zorgverzekering (terwijl je dat wel verplicht bent), dan vervalt automatisch ook je recht op zorgtoeslag.

Artikel 2 Wet op de zorgtoeslag

Recht op gratis, onafhankelijke cliëntondersteuning

Iedereen die hulp zoekt bij de gemeente (ook via de Wmo of Jeugdwet) heeft recht op gratis, onafhankelijke cliëntondersteuning, bijvoorbeeld van MEE NL, die in jouw belang meedenkt en niet in dat van de gemeente.

Artikel 2.2.4 en 1.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Onderwijs & Studiefinanciering

De Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) regelt basisbeurs, aanvullende beurs en leningen voor mbo-, hbo- en wo-studenten.

Recht op studiefinanciering bij een erkende opleiding

Volg je een erkende mbo-, hbo- of wo-opleiding, dan kun je studiefinanciering aanvragen bestaande uit een basisbeurs, eventueel een aanvullende beurs, een lening en een studentenreisproduct.

Artikel 3.1 Wet studiefinanciering 2000

De aanvullende beurs is inkomensafhankelijk

Is het inkomen van je ouders laag, dan kun je in aanmerking komen voor een aanvullende beurs bovenop de basisbeurs — de eerste 12 maanden hiervan zijn altijd een gift, ongeacht of je op tijd afstudeert.

Artikel 3.8 Wet studiefinanciering 2000

Recht op studievoorschot (lening)

Naast de beurs kun je vrijwillig lenen bij DUO tegen een relatief lage rente — dit is geen verplichting.

Hoofdstuk 3 Wet studiefinanciering 2000

RMC-recht op begeleiding zonder startkwalificatie

Ben je tussen de 18 en 23 jaar en heb je geen havo-, vwo- of mbo-2-diploma (startkwalificatie), dan heb je recht op begeleiding door het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC) van je gemeente om terug te keren naar school of werk.

Wet Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten

Recht op gratis onderwijsrechtshulp

Bij geschillen met je onderwijsinstelling (bijv. over een negatief bindend studieadvies) kun je gratis terecht bij het Landelijk Studenten Rechtsbureau (LSR) of vergelijkbare studentenrechtswinkels.

N.v.t. — voorziening via studentenorganisaties

Kwalificatieplicht tot je 18e verjaardag

Heb je nog geen startkwalificatie (havo/vwo-diploma of mbo-niveau 2), dan geldt tot je 18e verjaardag de kwalificatieplicht: je moet onderwijs blijven volgen. Vanaf je 18e vervalt deze wettelijke plicht, maar het RMC blijft je ondersteunen tot je 23e.

Artikel 4a Leerplichtwet 1969

Recht op studiefinanciering-hardheidsclausule

Kom je door bijzondere, onvoorziene omstandigheden (zoals het wegvallen van gezinssteun) in de knel met je studiefinanciering, dan kan DUO in bepaalde gevallen een beroep op de hardheidsclausule honoreren.

Artikel 11.5 Wet studiefinanciering 2000

Strafrecht & Rechtsbescherming

Met je 18e verjaardag verandert in principe het strafrecht dat op jou van toepassing is — met een belangrijke uitzondering.

In principe geldt vanaf 18 het volwassenenstrafrecht

Vanaf je 18e verjaardag ben je in beginsel strafrechtelijk volwassen: bij een strafbaar feit geldt het gewone Wetboek van Strafrecht, met hogere maximumstraffen dan het jeugdstrafrecht.

Wetboek van Strafrecht, algemene bepalingen

Adolescentenstrafrecht: de rechter kan alsnog jeugdstrafrecht toepassen

Voor verdachten van 18 tot 23 jaar kan de rechter er, afhankelijk van de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden van het feit, voor kiezen om toch het (mildere, op heropvoeding gerichte) jeugdstrafrecht toe te passen.

Artikel 77c Wetboek van Strafrecht

Recht op rechtsbijstand bij verhoor

Word je verdacht van een strafbaar feit, dan heb je altijd recht op bijstand van een advocaat vóór en tijdens een politieverhoor.

Artikel 28 Wetboek van Strafvordering

Zwijgrecht

Je bent nooit verplicht om mee te werken aan je eigen veroordeling: je hebt het recht om te zwijgen tijdens een verhoor.

Artikel 29 Wetboek van Strafvordering

Recht op een piketadvocaat

Word je aangehouden, dan krijg je (indien nodig kosteloos) een piketadvocaat toegewezen als je er zelf niet meteen een hebt.

Artikel 28 en 40 Wetboek van Strafvordering

Slachtofferrechten blijven bestaan

Ben je slachtoffer van een strafbaar feit, dan heb je recht op informatie over de strafzaak, spreekrecht op zitting en de mogelijkheid schadevergoeding te vorderen — ongeacht je leeftijd.

Titel IIIa Wetboek van Strafvordering

Democratie & Burgerschap

Met je 18e verjaardag krijg je ook nieuwe politieke rechten en plichten.

Actief kiesrecht vanaf 18 jaar

Je mag stemmen bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer als je op de dag van de stemming 18 jaar of ouder bent en de Nederlandse nationaliteit hebt.

Artikel B1 Kieswet, artikel 54 Grondwet

Ook kiesrecht voor gemeenteraad, Provinciale Staten en Europees Parlement

Vanaf 18 jaar mag je ook stemmen voor de gemeenteraad, Provinciale Staten en het Europees Parlement — voor de gemeenteraad geldt dit zelfs voor niet-Nederlandse EU-burgers en (onder voorwaarden) langdurig in Nederland verblijvende niet-EU-burgers.

Kieswet, diverse hoofdstukken

Passief kiesrecht: je mag jezelf verkiesbaar stellen

Vanaf 18 jaar mag je je ook zelf kandidaat stellen voor de gemeenteraad, Provinciale Staten, Tweede Kamer of het Europees Parlement.

Artikel 56 Grondwet, Kieswet

Je stempas komt automatisch

Sta je correct ingeschreven in de BRP, dan ontvang je vóór elke verkiezing automatisch een stempas op je adres — je hoeft je hier niet apart voor aan te melden.

Kieswet, uitvoeringsregels

Petitierecht: je mag verzoeken indienen bij de overheid

Iedereen heeft het recht om schriftelijk verzoeken in te dienen bij het bevoegde gezag — bijvoorbeeld een petitie aan de gemeenteraad of Tweede Kamer.

Artikel 5 Grondwet

Registratie voor de (opgeschorte) dienstplicht

Als je 17 wordt, ontvang je een dienstplichtbrief: je wordt formeel geregistreerd voor de opkomstplicht, die sinds 1997 is opgeschort — je hoeft dus niet daadwerkelijk in dienst, tenzij de regering die opschorting in een uitzonderlijke situatie ongedaan maakt.

Kaderwet Dienstplicht

Bezwaar, Beroep & de Overheid

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) regelt hoe je in verzet kunt komen tegen besluiten van gemeenten en andere overheidsinstanties.

Recht op een schriftelijk, gemotiveerd besluit

Een besluit van een bestuursorgaan (zoals je gemeente) moet berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van het besluit wordt vermeld.

Artikel 3:46 en 3:47 Algemene wet bestuursrecht

6 weken bezwaartermijn

Tegen vrijwel elk besluit van een gemeente of andere overheidsinstantie kun je binnen 6 weken na bekendmaking bezwaar aantekenen.

Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht

Recht om gehoord te worden bij bezwaar

Voordat op je bezwaar wordt beslist, moet je in de gelegenheid worden gesteld om te worden gehoord — tenzij het bezwaar duidelijk ongegrond is of je hier zelf van afziet.

Artikel 7:2 Algemene wet bestuursrecht

Na bezwaar: beroep bij de rechtbank

Ben je het niet eens met de beslissing op je bezwaarschrift, dan kun je binnen 6 weken in beroep bij de rechtbank.

Artikel 8:1 Algemene wet bestuursrecht

Recht op een voorlopige voorziening bij spoed

Kun je niet wachten op de uitkomst van bezwaar of beroep omdat de situatie te spoedeisend is, dan kun je de rechter vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel vooruitlopend op de definitieve beslissing).

Artikel 8:81 Algemene wet bestuursrecht

Recht op vergoeding van griffierecht bij gelijk krijgen

Krijg je gelijk in beroep, dan moet de overheidsinstantie meestal het griffierecht dat je hebt betaald aan je terugbetalen.

Artikel 8:74 Algemene wet bestuursrecht

Klachtrecht over het gedrag van een ambtenaar

Ben je niet tevreden over hoe je door een ambtenaar of instantie bent behandeld (bejegening, niet over het besluit zelf), dan kun je een klacht indienen, en zo nodig naar de Nationale Ombudsman.

Hoofdstuk 9 Algemene wet bestuursrecht

Recht op inzage in je eigen dossier

Je hebt het recht om de stukken in te zien die een rol spelen bij een besluit dat over jou gaat, voordat of nadat dat besluit is genomen.

Artikel 7:4 Algemene wet bestuursrecht (bezwaarfase); AVG voor persoonsgegevens in het algemeen

Werk & Arbeidsrecht

Ga je (bijverdiend) werk zoeken? Ook als 18-jarige heb je stevige rechten als werknemer.

Recht op minimumjeugdloon, oplopend naar 100% vanaf 21

Als 18-jarige heb je recht op 50% van het volwassen wettelijk minimumloon, als 19-jarige 60%, als 20-jarige 80%. Vanaf 21 jaar geldt het volledige minimumloon. De exacte bedragen per uur worden elk half jaar (1 januari en 1 juli) aangepast.

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

Geen proeftijd bij een contract van 6 maanden of korter

Heb je een tijdelijk contract van 6 maanden of korter, dan mag je werkgever helemaal geen proeftijd afspreken. Doet hij dat toch, dan is die proeftijd ongeldig.

Artikel 7:652 Burgerlijk Wetboek

Recht op een schriftelijke arbeidsovereenkomst

Je werkgever moet je de belangrijkste arbeidsvoorwaarden (loon, uren, functie) schriftelijk of digitaal verstrekken.

Artikel 7:655 Burgerlijk Wetboek

Recht op vakantiedagen en vakantiegeld

Je bouwt minimaal 4 keer je aantal werkdagen per week aan vakantiedagen per jaar op, plus minimaal 8% vakantiegeld over je brutoloon.

Artikel 7:634 en 7:639 Burgerlijk Wetboek

Bescherming tegen ontslag tijdens ziekte

Ben je ziek, dan mag je werkgever je in beginsel de eerste 2 jaar niet ontslaan (het 'opzegverbod tijdens ziekte').

Artikel 7:670 Burgerlijk Wetboek

Recht op loondoorbetaling bij ziekte

Word je ziek, dan moet je werkgever minimaal 70% van je loon doorbetalen (vaak meer, afhankelijk van je cao).

Artikel 7:629 Burgerlijk Wetboek

Recht op een vast contract na 3 tijdelijke contracten of 3 jaar

Volg je elkaar opvolgende tijdelijke contracten op bij dezelfde werkgever, dan ontstaat na het derde contract of na 3 jaar automatisch een vast contract (de 'ketenregeling').

Artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek

Recht op een veilige werkplek

Je werkgever is verplicht te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving, met extra aandacht voor jongeren onder de 18 (die geldt voor jou dus al helemaal).

Arbeidsomstandighedenwet

Huurrecht

Ga je zelfstandig huren? De wet beschermt huurders van woonruimte stevig tegen willekeurige opzegging en te hoge huurverhogingen.

Recht op huurbescherming

Bij een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd kan een verhuurder je huurcontract niet zomaar opzeggen — hij heeft hiervoor een wettelijke grond nodig, zoals dringend eigen gebruik.

Artikel 7:274 Burgerlijk Wetboek

Opzegtermijn van minimaal 1 maand als jij opzegt

Wil je zelf je huurcontract opzeggen, dan geldt een opzegtermijn van minimaal 1 maand.

Artikel 7:271 lid 5 Burgerlijk Wetboek

Langere opzegtermijn voor de verhuurder

Een verhuurder moet een opzegtermijn hanteren van minimaal 3 maanden, oplopend met 1 maand per gehuurd jaar tot maximaal 6 maanden.

Artikel 7:271 lid 5 Burgerlijk Wetboek

Recht op een schriftelijke, gemotiveerde opzegging

Een opzegging door de verhuurder moet schriftelijk (per exploot of aangetekende brief) én met vermelding van de reden gebeuren — anders is de opzegging nietig.

Artikel 7:271 lid 3 Burgerlijk Wetboek

Recht op een maximale huurprijs bij een gereguleerde woning

Voor woningen met een laag aantal WWS-punten geldt een maximale huurprijs. Betaal je meer, dan kun je dit laten toetsen bij de Huurcommissie.

Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

Recht om een te hoge huurverhoging aan te vechten

Ben je het niet eens met een jaarlijkse huurverhoging, dan kun je hiertegen bezwaar maken bij je verhuurder en zo nodig naar de Huurcommissie.

Artikel 7:253 e.v. Burgerlijk Wetboek

Recht op een waarborgsom-terugbetaling

Een verhuurder moet je waarborgsom (borg) terugbetalen na afloop van de huur, verminderd met eventuele terechte inhoudingen voor schade of achterstallige huur.

Algemene bepalingen huurovereenkomst, jurisprudentie art. 7:224 e.v. BW

Schulden & Privacy

Kom je in de financiële problemen, of wil je weten wat instanties over je mogen vastleggen? Ook hier gelden concrete wettelijke rechten.

Recht op een beslagvrije voet

Bij loonbeslag of een uitkeringskorting moet altijd een minimumbedrag overblijven om van te leven: de beslagvrije voet. Dit bedrag wordt twee keer per jaar (1 januari en 1 juli) aangepast en hangt af van je leefsituatie.

Artikel 475da Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Recht op gemeentelijke schuldhulpverlening

Iedere gemeente is wettelijk verplicht om schuldhulpverlening aan te bieden aan inwoners met problematische schulden — dit is gratis.

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Recht op toegang tot de Wsnp bij vastgelopen schulden

Lukt het niet om er via een minnelijke regeling uit te komen, dan kun je de rechter vragen om toegelaten te worden tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) — na een schoon-schip-traject van doorgaans 18 maanden ben je schuldenvrij.

Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp)

Recht op inzage in je eigen persoonsgegevens

Je hebt het recht om bij elke organisatie (gemeente, zorgverzekeraar, jeugdzorginstelling) op te vragen welke persoonsgegevens zij over jou verwerken.

Artikel 15 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Recht op correctie en verwijdering van gegevens

Kloppen gegevens niet, of worden ze niet langer terecht bewaard, dan kun je correctie of verwijdering (het 'recht op vergetelheid') vragen.

Artikel 16 en 17 AVG

Recht op een incassotraject volgens de regels

Een incassobureau mag maar beperkte incassokosten bovenop je schuld in rekening brengen, volgens een wettelijk vastgestelde staffel, en moet je eerst een aanmaning met 14 dagen betaaltermijn sturen.

Wet Incassokosten (WIK), Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten

Recht op overheidsinformatie (Woo)

Je hebt het recht om bij een overheidsorganisatie (zoals je gemeente) documenten op te vragen over hun beleid en besluitvorming, ook als die niet specifiek over jou gaan.

Wet open overheid (Woo)